Willem Unger
Directeur Agrifirm Plantaardig & Groep Directeur R&D & Data Intelligence
Agrifirm
"Ik ben ervan overtuigd dat we nog veel meer met techniek en data kunnen doen, zodat telers rendabel en duurzamer kunnen produceren."
Agrifirm is een coöperatie waarin zo’n 8000 Nederlandse veehouders en telers hun inkoopkracht hebben gebundeld. De Plantaardige divisie levert alles wat telers nodig hebben om de teelt tot een goed resultaat te brengen. Denk aan zaaizaden, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. “Onze kracht? Grote toegang tot het boerenerf, de akker, en een goede relatie met de teler. Onze klanten waarderen ons niet in de eerste plaats om onze producten. In de landbouw gaat het om vertrouwen en rendement. Onze mensen, onze kennis en advies is wat ons onderscheidt”, zegt Willem Unger, sinds 2019 verantwoordelijk voor de plantaardige tak van Agrifirm. Die telt zo’n 4000 plantaardige telers, in de open lucht.
Je komt uit de tuinbouw. Wat trok jou aan bij Agrifim?
“Lange tijd werkte ik voor Syngenta, een Zwitsers bedrijf dat zich bezighoudt met zaadveredeling en de ontwikkeling van agrochemie. Agrifirm trok mij onder meer vanwege zijn missie: een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties. Daarnaast spraken de uitdagingen in de landbouwsector mij aan. De tuinbouw loopt zo’n tien à twintig jaar voor op de landbouw wat betreft technologie en datagebruik. Dat is niet zo vreemd, want in kasteelt heb je grote invloed op de teeltomstandigheden en is de omvang van het te monitoren terrein, en dus investeringen, kleiner. Daar worden beslissingen al veel meer genomen op basis van data, in plaats van alleen op ervaring en gevoel. Mijn ervaring in de tuinbouwsector heeft mij ervan overtuigd dat met techniek ook in de teelt in de open lucht veel te winnen valt.”
Je kwam in 2019 na 10 jaar terug uit Zwitserland. Wat viel jou op in de agrarische sector in Nederland?
“Ik kwam terug op het moment van de boerenprotesten op het Malieveld. Er was weinig begrip tussen de publieke opinie, de regerende politiek, en de boeren. De zorgen in de samenleving over de milieubelasting van de agrarische sector stonden haaks op de zorgen van de boeren. Het onderlinge begrip is iets beter geworden de afgelopen jaren, maar nog altijd hebben de boeren het gevoel dat veel wetgeving leidt tot kostprijsverhogende maatregelen. De marges zijn al niet hoog. Meer dan een derde van de boeren leeft op het bestaansminimum. Dat geeft hen het gevoel: hoe kunnen we groen doen, als we rood staan?”
Hoe gaat Agrifirm om met deze zorgen?
“Wij geloven dat het een valse tegenstelling is dat boeren alleen maar bezig zijn met geld verdienen, en de overheid alleen maar uit is op natuurbescherming. Mensen vergeten dat de grond het kostbaarste bezit is van de boer. Ik zie veel boeren met hart voor de natuur, maar bijna alle risico’s liggen nu bij het agrarisch bedrijf. Dat geeft terecht grote zorgen over het verdienmodel. Agrifirm bedient zo’n 40 procent van het landbouwareaal in Nederland. Dat betekent dat wij echt een rol kunnen spelen in de verbinding van economie en ecologie op de boerderij.”
Hoe doen jullie dat?
“Chemische gewasbescherming en verschillende vormen van meststoffen liggen onder een vergrootglas. De afgelopen tien jaar is er al een stevige reductie geweest: rond de 80 procent van alle chemische toelatingen zullen zijn verdwenen tussen 2018 en 2027. Met als doel de milieubelasting terug te brengen. Tegelijk betekent dit voor boeren minder hulpmiddelen om ziekten en plagen te beheersen. Oftewel: meer risico’s in de teelt en dus voor het rendement van de teler. Het wegvallen van synthetische middelen creëert voor de boer knelpunten en problemen. Als Agrifirm kunnen we hen helpen met onze oplossingen.”
Kun je wat meer vertellen over jullie oplossingen?
“Voor een belangrijk deel gaat het om technische innovaties. Al jaren investeren we fors in onderzoek en ontwikkeling van digitale systemen. Door veel meer data te gebruiken, kan een boer risico’s beter inschatten. Dat betekent minder kosten, want het inzetten van synthetische middelen is kostbaar. Daarnaast levert het de omgeving minder milieubelasting op.”
“Sinds drie jaar brengen we deze kennis en innovaties bij onze telers. Denk aan vormen van precisielandbouw, digitale adviestools en emissiereductietechnieken. De Totaal Gewas Aanpak noemen we dat. We hebben bijvoorbeeld digitale groeimodellen van planten ontwikkeld. Door het invoeren van weerdata heeft een teler 95 procent voorspelbaarheid wanneer een bepaalde ziekte of schimmel kans maakt. Zo kan hij veel gerichter gewasbeschermingsmiddelen inzetten. Ook op het gebied van mechanisering zijn mogelijkheden, zoals onkruidrobots en spotsprayers. Een op AI gebaseerd camerasysteem herkent het verschil tussen gewas en onkruid.”
Zijn deze oplossingen voor de teler net zo effectief als gewasbeschermingsmiddelen?
“Al deze technieken zijn op zichzelf niet zo effectief als gewasbeschermingsmiddelen. Je moet het zien als het leggen van een puzzel om met de teler tot een totaaloplossing te komen. Dat het kán hebben wij aangetoond. Met onze Totaal Gewas Aanpak richten we ons op preventieve teeltstrategieën. Wij brengen synthetische middelen, groene middelen, biostimulanten, mechanisatie en digitalisering bij elkaar. Het komt aan op maatwerk: wat heeft een teler nodig voor zijn agrarisch bedrijf? Onze rol is om telers te adviseren en goed te begeleiden om door deze veranderingen toch een goed rendement te draaien op hun bedrijf.”
Wat doen deze ontwikkelingen met jullie businessmodel?
“Ons businessmodel wordt minder afhankelijk van synthetische middelen. Voorheen verdienden we ons geld met de verkoop van producten, en de kennis kregen klanten er gratis bij. Chemie heeft als voordeel dat het altijd hetzelfde resultaat geeft, ongeacht omstandigheden of grondsoort. De wereld waar we naartoe gaan – minder chemie en meer technische oplossingen – is complexer. Kennis en advies worden dus meer waard. Dat biedt perspectief voor een nieuw verdienmodel.”
Is dat een grote omslag binnen het bedrijf?
“Wat mooi is om mee te maken: tien jaar geleden was het glas half leeg. Het gevoel was: ‘Minder chemische middelen? Moeilijk, dat kan niet.’ Inmiddels is het glas half vol en is het Agrifirm-team ervan overtuigd dat er wel degelijk reële mogelijkheden zijn. Dat geeft energie en goede moed. Het biedt goede vooruitzichten voor de komende jaren om deze technische en digitale oplossingen verder te ontwikkelen en zo ons onderscheidend vermogen te vergroten. Daarmee zijn wij onderdeel van de oplossing, in plaats van deel van het probleem. Agrifirm krijgt zo een steeds meer waarde gedreven propositie. Deze willen we omzetten in groei.”
Wat vraagt deze omslag van jullie mensen?
“Onze mensen zijn agronomisch sterk onderlegd. Voorheen lag het zwaartepunt bij advies over de toepassing van producten. In de komende jaren gaat het steeds meer om advies over een totaaloplossing en deze vervolgens goed in de markt te positioneren. We bieden onze mensen development programma’s en traineeships aan. En we werken steeds meer in teams met verschillende specialisten. Zo kunnen we onze klanten beter bedienen.”
Wat heeft Agrifirm te bieden aan nieuwe mensen?
“Wij zijn sterk aan het professionaliseren, innoveren en aan het groeien. Omdat we onszelf op veel vlakken opnieuw aan het uitvinden zijn en veel van wat we doen nieuw is, geeft dit veel ruimte voor eigen inbreng. We werken samen aan de oplossingen van morgen. Dat is de cultuur die hier heerst. Verandering komt van onderop, niet van bovenaf. Agrifirm investeert veel in zijn mensen, want mensen maken het verschil. Je bent adviseur en staat echt naast de boer. Wij bieden een mooie omgeving om jezelf te ontwikkelen.”

